De ontbijtdeur ging om 8 uur open, terwijl de regen buiten uit de wolken stroomde. Toch gingen we na het ontbijt met prachtige zon de bus in. Het was weer een enerverende rit langs schaap en heuvel en we kwamen ruim op tijd aan in Wakefield. De Engelandcommissie, aangevuld met dirigent en organist, gingen weer dapper als eerste de bus uit en zorgden dat het contact met de vriendelijke kerkmedewerker werd gelegd.
Alle toga’s konden, samen met de dozen lunchpakket, onder in een ruimte in de kerk gelegd worden. Harry had tijd om te oefenen op het orgel. Koorleden hadden tijd om even buiten rond te kijken en de koorkleding aan te trekken. Daarna volgde de repetitie, waarin we ons best deden om koor en orgel goed op elkaar af te stemmen. Na het oefenen met op- en aflopen en een korte pauze stonden we klaar voor het concert.

De kerk was erg goed gevuld en we werden aangekondigd door de musical director van het cathedral choir. We zongen onder andere stukken van Andriessen, Stanford en Rutter. Na afloop van elk nummer werden we beloond met warm applaus.   Harry speelde ook twee orgelstukken met succes.
Na het concert was er nog een uurtje vrije tijd en toen reden we weer in de bus terug naar het hostel. Daar begon de taak om in te pakken voor zowel een concert, als een boottocht, als alle andere spullen die mee terug gaan naar Nederland. Maar daar was helemaal geen tijd voor, want eerst was het tijd voor het avondeten, en daarna voor de legendarische Bonte Avond.
Er waren wel 12 stukjes op de Bonte Avond, waar men veel plezier aan beleefde. Dat er nachtmerries volgden over het inpakken van de tassen werd gezien als noodzakelijk kwaad.
Op naar nog een mooie zangdag in Engeland.